Nieuws / Archief 2005

 

 
 

Toekomstplannen Airborne Museum 'Hartenstein'.

Het Airborne Museum 'HARTENSTEIN' in Oosterbeek heeft een Toekomstvisie opgesteld, op verzoek van de gemeente Renkum, zodat het “qua organisatie en marketing kan inspelen op de eisen van deze en ook de toekomstige tijd.Door modernisering van de presentatie -ook voor jongeren en nieuwe doelgroepen-, renovatie en uitbreiding van de villa, en het aanstellen van enkele professionele medewerkers, kan het Airborne Museum een belangrijke trekpleister blijven. Daarmee kan het museum de herdenkingen in Oosterbeek, Arnhem, Ede en Overbetuwe blijven ondersteunen.

De bekendheid van de ‘slag om Arnhem’ wordt ondersteund door honderden publicaties en beroemde films, zoals ‘A Bridge Too Far’.   De ‘slag om Arnhem’ wordt alom erkend vanwege de grote militair-strategische betekenis en zal daarom nog meer gepresenteerd  worden als een belangrijke operatie, die een doorbraak en het einde van WO II had moeten bewerkstelligen. Bijzonder zijn niet alleen de grootste luchtlandingen aller tijden, maar ook de uitgebreide presentatie in de media van toen, en de spontane samenwerking tussen bevolking en militairen.

Het Airborne Museum blijft een combinatie van een aansprekende museale presentatie van de collectie, een ‘memorial’ en een kenniscentrum van de ‘slag om Arnhem’. Wel zal de mix zich wijzigen. De tentoonstelling gaat uit van een objectieve weergave van de strijd. Naast het nauwgezette Engelse verhaal zal het Poolse aandeel versterkt worden. Door ook de Duitse kant meer aandacht te geven, worden ook onze oosterburen beter bereikt. De wijze van presentatie zal een renovatie ondergaan, waar speciaal de geschiedenis van de Oosterbeekse burgers beter tot zijn recht zal komen. De beleving voor de jeugd /jongeren zal verhoogd worden door de presentatiewijze, maar ook door een eigentijdse aanpak richting scholen. Om het bezoekersaantal te stabiliseren en weer te laten stijgen is het noodzakelijk meer ruimte te krijgen voor wisseltentoonstellingen. Dit bevordert het aantal herhalingsbezoeken.

Villa Hartenstein, met zijn historische rol als hoofdkwartier van de Britse Airborne divisie in september 1944, en gelegen midden in het strijdperk van de Slag om Arnhem, is de perfecte locatie voor het museum. Het bestuur wil het veelvuldig verbouwde rijksmonument zoveel mogelijk zijn oude karakter teruggeven en de rol tijdens de Slag tot uiting brengen. De relatie met het Park Hartenstein wordt inniger. Het museum blijft wandelingen en battlefield tochten organiseren, vooral ook in de directe omgeving, zodat de natuurlijke omgeving van het museum integraal wordt verbonden met de presentatie in het museum. Dit past in het beleid ‘Veluwezoom – cultuurzoom’. 

Villa Hartenstein heeft als voormalig woonhuis en hotel ook zijn beperkingen. De Oosterbeekse architect Wim Visser van bd architectuur in Arnhem heeft in opdracht van het bestuur een studie verricht om een aantal knelpunten in samenhang aan te pakken, op het gebied van toegankelijkheid, presentatieruimtes en publieksservice. Het nieuwe plan voorziet in een ondergrondse uitbreiding, een inhoudelijke relatie met het park, een optimale routing en een verbeterde toegang voor alle bezoekers.

Het museum moet zonder subsidies zien rond te komen. Alleen de huurprijs van het pand wordt vergoed door de gemeente Renkum. Mede dankzij een grote inzet van vrijwilligers worden jaar in, jaar uit, een reeks van activiteiten georganiseerd. Het museum is daardoor erg kwetsbaar, gezien de kleine organisatie en de zware taak die grotendeels rust op de schouders van vrijwilligers. Om oude en nieuwe taken professioneel uit te voeren hoopt het stichtingsbestuur de ruimte te krijgen om extra –opgeleide en betaalde- krachten aan te stellen. Voor de financiering van de toekomstplannen zal een fondsenwerfactie worden opgezet.

 

Redacties die nadere informatie wensen over deze toekomstplannen kunnen tijdens werkuren contact op nemen met Frans Smolders, telefoon 026 333 7710; fax: 026 339 1785;

 

 

Maquette toekomstvisie.

 

____________________________________________________________________________________________________

 
 

Photographs 61th Commemoration 2005

 

____________________________________________________________________________________________________

 

Standaard Poolse parachutisten naar het Airborne Museum.

De Vereniging van Poolse oud-parachutisten die deelgenomen hebben aan de Slag om Arnhem, de Polish Airborne Forces Association, heeft besloten deze Vereniging op te heffen. Na ruim zestig jaar is het aantal leden te klein geworden.

Zondag 18 september wordt om 16.00 uur het vaandel van de Association aangeboden aan het Airborne Museum in Oosterbeek Overdracht zal geschieden op het bordes voor het Airborne Museum door de huidige president Majoor (Retd) T.J.Herman en de General Secretary Mevrouw Luitenant (Retd) I Hrynkiewicz in aanwezigheid van de Poolse veteranen die de 61e herdenking bijwonen. De ceremonie zal muzikaal worden omlijst door het Poolse Jeugdorkest Promyki-Krakowa onder leiding van mevrouw Dr. Roma.

Voor het veroveren van de brug bij Arnhem was de Britse 1e Airborne Divisie versterkt met de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade onder bevel van generaal-majoor S.Sosabowski. De brigade zou met 1500 man op 19 september 1944 landen ten zuiden van de Rijnbrug bij Arnhem. Door slechte weersomstandigheden werd slechts een deel van de brigade gedropt. Echter niet bij de Rijnbrug maar bij Driel. Het eerder met zweefvliegtuigen ingevlogen materiaal ging bij de landing bijna geheel verloren. De Polen hadden nauwelijks middelen om de Rijn over te steken. Ongeveer 350 manschappen bereikten de noordelijke Rijnoever. De rest van de Brigade vocht bij Driel en hield zo de weg open waarlang de 2000 Britten na de verloren slag op 25 september de eigen linies konden bereiken. De Britse legerleiding stelde later, ten onrechte, de Polen voor een groot deel verantwoordelijk voor het mislukken van de Slag om Arnhem. Het merendeel van de Poolse parachutisten keerde na de oorlog niet terug naar Polen maar bleef in Engeland.

Op 25 februari 1948 richten de oud-parachutisten in Engeland de  Polish Airborne Forces Association op met Walny Zjazd als de eerst president. Pas na het einde van de Koude Oorlog konden ook parachutisten die in Polen woonden lid worden. De Poolse oud-parachutisten namen jaarlijks deel aan de herdenkingen in Arnhem, Driel en Oosterbeek. Op 14 september 1959 kreeg de Associatie in Driel een vaandel aangeboden. Het geld hiervoor was bijeengebracht door inwoners van de plaatsen waar de Polen gevochten hadden. Met het verstrijken van de jaren is het aantal leden zozeer geslonken dat de Vereniging dit jaar besloten heeft zichzelf op te heffen en hun vaandel in het Airborne Museum 'Hartenstein' onder te brengen. Daar zal het tentoongesteld worden als een herinnering aan de inzet van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade tijdens de Slag om Arnhem in september 1944.

Presidenten van de Polish Airborne Forces Association en Poolse leiders van de Pilgrimage waren:

W. Zjazd van 25-2-1948 tot 26-11-1954

J.P.Morawicz van 26-11-1954 tot 30-11-1983

J.J.Lorys van 1-11-1983 tot 10-9-1988

Z,R.Gasowski van 10-9-1988 tot medio augustus 2003

Major (Retd) T.J.Herman vanaf augustus 2003 tot heden.

 

 

____________________________________________________________________________________________________

 

Herdenkingsenveloppe van het Airborne museum ‘ Hartenstein’ . 

Op 17 september 2005 geeft het Airborne Museum ‘HARTENSTEIN’ in Oosterbeek haar jaarlijkse herdenkingsenve­loppe uit. Deze uitgave is de tiende in de serie herdenkings-enveloppen met als onder­werp: ‘Monumenten van de Slag om Arnhem’.

De enveloppe toont het monument voor de burgers van Gelderland ter herinnering aan hun steun aan de 1e Britse en Poolse militairen van de 1e Britse Airborne divisie tijdens de Slag om Arnhem in september 1944. Dit monument, dat staat in Park Hartenstein in Oosterbeek, is in september 1994 tijdens 50e herdenking van de Slag om Arnhem onthult door generaal Sir J.W.Hackett. Sir John Hackett was in 1944 commandant van de 4e Parachutistenbrigade. 

De oplage van deze herdenkingenveloppe is 300 genummerde exemplaren. De enveloppen worden op 17 september 2005 afgestempeld op het postkantoor in Oosterbeek. Het eerste exemplaar zal worden aangeboden aan de Leader van de Pelgrimage 2005  

Vanaf 17 september om 10.00 uur is de herdenkingsenveloppe voor € 3,50 te koop in het Airborne museum in Oosterbeek. Na overma­king van € 4,50 op giro 4184300 t.n.v. Airborne Museum, Oosterbeek onder vermelding van ‘nveloppe 2005’wordt deze toegestuurd. 

Met de uitgave van deze enveloppe wordt de serie ‘Monumenten van de Slag om Arnhem’ afgesloten. Om de serie compleet te maken zijn enveloppen van de voorgaande jaren in beperkte mate nog verkrijgbaar in het museum.

 

 

____________________________________________________________________________________________________

 

 

Verslag van de Battlefieldtour 2005 naar Normandiё .

Van 25 mei tot en met 29 mei 2005


De Battlefieldtour naar Normandiё van 2005 begint  met het verzamelen van de eerste groep op de parkeerplaats bij het Airborne museum in Oosterbeek. Het is de bedoeling dat wij om 08:30 uur vertrekken naar de volgende stopplaatsen om daarna met een volle bus richting Frankrijk te gaan. Omstreeks 13:30 uur passeren wij de grens van België.
Ondertussen hebben de diverse mensen met elkaar kennis gemaakt en hebben de mensen die alleen gaan kennis gemaakt met hun slaapmaatje voor de aankomende dagen.
De reisleiders Wybo Boersma van het Airborne museum en Jan Ploeg stellen zichzelf voor en nemen de huishoudelijke regels door voor de 5 daagse reis.

Als eerste stelt onze chauffeur voor de komende dagen Huub zich voor. Hij neemt de huishoudelijke regels door voor in de bus en heet natuurlijk iedereen welkom. Nadat iedereen de tas met informatie die zij kregen hebben bij het instappen even snel heeft doorgekeken begint Wybo met zijn bespreking over de inhoud van de tour. Het is de bedoeling dat de excursiegids een soort handleiding gaat worden voor de komende dagen. Wij zullen diverse films of documentaires gaan zien die betrekking hebben op de landingen bij Normandiё. Al snel heeft Wybo een luisterend oor, want het is snel duidelijk dat dit geen snoepreisje is maar een reis waar je wat van kan opsteken. Om 14:45 uur passeren we de grens van Frankrijk hierdoor begint er bij de meeste het besef te komen dat zij een paar zeer interessante dagen tegemoet gaan. Omstreeks 18:00 uur zijn we in Neuchatel, hierna is het nog ongeveer 2 ½ uur rijden.

We rijden over de Pont du Normandiё, dit is een hoge brug over de Seine  die je een schitterend overzicht geeft van de omgeving. Eindelijk zijn we om 20:30 uur in het Hotel “Campanille”. Even snel opfrissen en dan aan het diner met een lekker biertje.         Omstreeks 22:30 uur hebben we het eten op en zijn er al een paar leuke gesprekken geweest. We doen nog even een wandelingetje want een dergelijke reis voel je heus wel, nog een telefoontje plegen met het thuis front en dan naar bed want morgen weer op tijd eruit.  

Dag 2

Zoals gisteren is besproken zit iedereen om 07:30 uur aan het ontbijt want om 08:00 uur gaan we al weer op pad. We gaan onderweg naar Arromanches hier liggen de resten van de kunstmatige haven die geheel in Engeland is gebouwd en die is overgevaren naar Normandiё. Deze haven noemen we ook wel het “logistieke wonder”. Na de landingen moet de aanvoer via deze haven geschieden. Samen met de pijpleiding “Pluto” die de aanvoer vanuit Engeland verzorgd van brandstof is dit de basis van wat een goede invasie moet worden. We stoppen eerst op de hoge kust om een totaal overzicht te krijgen. Gelukkig is de eb, waardoor je de restanten van de caissons nog goed ziet liggen. We bekijken eerst het museum dat vlak aan de kust licht. Door de ramen zie je dan ook de overgebleven caissons bij eb goed liggen. Tijdens het bezoek aan het museum krijg je een goed overzicht van wat er voor werk verzet moest worden. Door middel van de diverse maquettes en diorama's met uitleg van Jan en Wybo wordt het geheel steeds helderder. Tijdens ons bezoek krijgen we twee films te zien met een Hollandse voice over. Nadat we het museum hebben bezocht is er nog genoeg tijd om even een paar foto’s te maken van de omgeving.

Nadat iedereen weer op tijd is ingestapt gaan we naar de Batterij Longues-Sur-Mer. Dit is de best bewaard gebleven Duitse batterij met  4 stukken en een waarnemingsbunker. Deze waarnemingsbunker komt ook terug in de film “The Longest Day” hier is hij te zien als de bunker van Majoor Pluskat. Nadat we hier enige tijd hebben rondgelopen met een perfect uitzicht vertrekken we via de kust richting het Omaha Beach. We stoppen tussendoor bij de Amerikaanse begraafplaats van Omaha Beach. Deze is 70 ha groot en is een van de 14 permanente begraafplaatsen aangelegd op vreemde bodem. Als je midden tussen de witte kruisen staat dan krijg je een indruk die met geen pen is te beschrijven. De begraafplaats heeft achter het gedenkteken een muur staan met alle vermisten erop.

We gaan nu via Exit D3 over een smal weggetje weer naar de kust. Via de D3 en de D1 en via Vierville gaan we naar Point du Hoc.    Hier werden hevige gevechten gevoerd door de Rangers tegen de Duitse verdediger. Na een bomaanval en het geschut van de schepen kunnen de Rangers de steile wand met hun tock beklimmen. Bovenaan gekomen blijkt dat de geschutsemplacementen leeg te zijn. Helaas mag men niet meer bij de voorste uitkijkpost komen ivm instortgevaar. Als je over de wand kijkt begrijp je niet hoe de mannen  zijn boven gekomen.


 

Toen de Amerikanen hier aankwamen was het Duitse verzet zwak en gaf zich gauw overwonnen en de zee was ook zeer kalm. Dit rustige begin zou gauw veranderen want de Amerikaanse infanteristen werden later aardig op de proef gesteld. Alle wegen die vanaf het strand leiden landinwaarts herdenken met hun naam degenen die hun leven gaven om het land te bevrijden.                            Omstreeks 15:00 uur vertrekken we naar St. Mere Eglise.

Hier aangekomen bekijken we natuurlijk het plein met de kerk waar nog steeds een parachutist (nu een pop) hangt. In de kerk is er een glas in lood raam wat na de oorlog is aangeboden door de veteranen. Niet ver van het plein ligt het museum. Dit is zeer interessant want het ene deel van het museum is rondom een Glider gebouwd en het andere deel rondom een Dakota. Je kunt dwars door de glider lopen waar men met behulp van poppen een juist beeld geeft van de omstandigheden waarin men vloog. Sinds vorig jaar staat hier een prachtige replica van een glider op het buitenterrein wat zeer de moeite waard is om te bekijken.We gaan nu naar de Iron Mike het standbeeld wat staat op de dropzone van de US 82e luchtlandingsdivisie. Hier staat een grote overzichtstafel wat weergeeft met de uitleg van Wybo wat voor verschrikkingen hier zich hebben afgespeeld. De Duitsers hebben hier veel geallieerden afgeslacht. Daar het terrein onderwater stond verdronken veel soldaten door de te zware bepakking. In het boek de “Langste nacht” wordt het relaas geschreven van een spoorwegman die met zijn boot vele manen zowel dood als levend uit dit gebied heft opgehaald. Tevens haalde hij diverse containers materiaal op. Een geluk bij een ongeluk was dat zijn huis als een richtpunt werd gebruikt daar het door een brand in haard het dak in brand was gevlogen. Als laatste rijden we nog naar de Duitse begraafplaats “La Cambe”. Dit was eerst een Amerikaans kerkhof, maar dit kwam vrij doordat men hun begraafplaatsen gingen hergroeperen. Pas in 1966 werd dit een Duitse begraafplaats nadat De Gaulle en Adenauer zich hiervoor hadden ingespannen. Het enige waar men rekening mee moest houden was dat het geen begraafplaats werd waarop de overlevenden werden geëerd. Hierdoor staat er nergens een kruis maar liggen er plaquettes. Op deze begraafplaats ligt o.a. Michael Wittmann begraven. Na een kort bezoek aan het informatie centrum is de tijd voor de terugreis naar Bayeux. 

Dag 3. 

We gaan deze dag ons bezig houden met de Brits-Canadese sector. Als eerste rijden we naar de Duitse kustbatterij bij Merville.     Nieuw in het programma voor dit jaar is een bezoek aan deze batterij. De informatie over deze batterij en het verloop van de strijd wordt toegelicht door Wybo. Omdat men hier bovenop een batterij kan gaan staan heeft men een zeer goed overzicht over het geheel. En hierdoor wordt dan ook duidelijk hoe de aanval door Luitenant-kolonel Terence Otway en zijn mannen is verlopen. Het museum wat in één van de bunkers zit is niet groot maar geeft wel voldoende informatie. Nadat iedereen zich weer verzameld heeft in de bus gaan we weer onderweg. We rijden via het Caen Kanaal en de rivier de Orne dwars door de verdedigingslinie. Het is hier een enorm drassig gebied omlegen door hoger gelegen gronden. Doordat de Duitsers dit gebied ook onder water hadden gezet zijn hier vele soldaten verdronken vlak na de landing. De enorme bagage die zij meenamen tijdens de sprong was hier debet aan. Het valt dan ook op dat er in dit gebied vele straten zijn die in verbinding staan met de gebeurtenissen van de Airborne soldaten. Waar je dan ook kijkt je ziet hier vele gedenktekens en monumenten staan. Het kerkje in Amfreville was voor de militairen na hun landing het richt- punt en het verzamelpunt. Nu we hier aangekomen zijn bekijken we het en lopen over de begraafplaats. Hier ligt de eerste soldaat begraven die gesneuveld is op  D-Day dit is pelotonscommandant Luitenant D.Brotheridge.

 We stappen allemaal in de bus en vertrekken naar de Pegasus Bridge. De brug heeft zijn naam pas na de landing van 6 juni 1944 gekregen. Wanneer we bij de Pegasus Bridge zijn aangekomen is het zeer goed te zien dat er hier door de piloten van de gliders een perfecte landing is gemaakt. Om zo dicht bij de brug te kunnen landen is er veel vakmanschap vereist. De brug die je hier ziet is een perfecte kopie want het origineel is in 1993 afgebroken en verplaatst naar het museum wat hier vlakbij ligt. Op het weggetje waar de gliders vlakbij zijn geland staan meerdere monumentjes en een borstbeeld van Major John Howard die met zijn mannen het voor elkaar kreeg om de opdracht om de twee bruggen die hij moest veroveren binnen een kwartier onbeschadigd te klaren. Als je hier staat dan kijk je zo naar de overkant naar het café van de familie Gondree. Het café is een echt museum geworden en hier hangt het vol met foto’s, dankbetuigingen en attributen. Inmiddels wordt het café gerund door Madame Arlette, zij was ongeveer 4 jaar oud toen de gliders hier landen. Het café werd gebruikt als onderdak voor de gewonden waar zij dan ook verzorgd werden.

In het museum ligt ook de originele brug op het buitenterrein. Verder is het een mooi museum met een goed overzicht en duidelijk weer- gegeven. Na een lekker stokbroodje en een  klein drankje en genietend van het mooie weer gaan we op weg naar Sword. Op de weg die wij nu berijden is bijna niets meer te vinden uit die tijd. Er staat heel veel nieuwbouw en de restanten die er nog zijn, zijn vaak gebruikt als musea. Onderweg komen we het casino van Quistreham tegen wat geheel nieuw is opgebouwd. We rijden langs het museum van Kiefer en we werpen een blik vanuit de bus op de grote uitzichttoren van dit gebied. We rijden nu via het dorp van Colleville Montgomery naar het standbeeld van Monty.  

 

Onderweg naar La Breche krijgen we informatie over het Nederlandse schip de Sumatra wat hier voor de kust als golfbreker afgezonken is. Tijdens een korte pauze stap ik hier nog even over het strand. En zoals ik al eerder heb vermeld ziet het er hier weer fantastisch uit met een schoon strand en een eerbiedige rust om je heen. Nu iedereen weer is ingestapt gaan we onderweg naar Luc sur Mer. Helaas moeten we hier wederom via de binnenwegen naartoe en kan het niet via de kust. We rijden nu tussen het gebied tussen Sword en Juno, als je ziet wat voor afstanden hier afgelegd zijn is alles ongelofelijk. Een aanval plaatsen op een gebied van 100 kilometer waardoor later geheel Europa bevrijdt zal worden. Tussen de twee stranden ligt een strook van 6 kilometer met grote rotspartijen. Hier kon absoluut niet geland worden omdat de landingschepen lek konden slaan. Onderweg komen we vele monumenten en plaquettes en bunkers tegen. Helaas moeten we weer de kustweg verlaten, dit komt heel vaak voor omdat door het toerisme af en toe de Fransen met kermissen of attracties enigszins zijn doorgeslagen. Via het Canadese aanvalsgebied van St. Aubin sur Mer rijden we naar Courseulles. Hier ligt dan ook het aanvalsstrand Juno. De mannen die hier zijn geland wilden wraak nemen op de nederlaag bij de eerdere landing van Dieppe.    Dit lukte aardig want men heeft hier aardig huis gehouden onder de Duitsers. Nadat de landingen kwamen al de kopstukken hier aan land zoals: Churchill, Montgommery, De Gaulle en George V. Wij stoppen hier ook en hier staat dan ook een van de meest gefotografeerde tanks van Normandie. In de omgeving staan nog veel meer monumenten voor de Gaulle. Het is namelijk zijn startpunt geweest op de weg naar Bayeux alwaar hij zijn eerste toespraak hield bij terugkomst in zijn vaderland. Je kunt hier via de pier een eind de zee inlopen waar je dan wederom een prachtige uitkijk hebt over de zee en de kustlijn. We gaan nu naar het museum op Juno beach wat een gigantisch overzicht geeft over de Canadezen. Bij het betreden van het museum moet je altijd eerst via de filmsluis waarin een film wordt vertoond die zeer de moeite waard is. Omdat dit museum zo groot is besluit men na een kort bezoek ook even naar het strand te gaan waar steeds meer monumenten en opgravingen tentoon worden gesteld. Vandaag is het een kortere dag dan gisteren dus hierdoor zijn we weer op tijd terug in Bayeux en kan iedereen nog voor het avondeten de gezellige stad verkennen en eventueel inkopen doen.

Dag 4. 

Vandaag beginnen we in het Musee Memorial de la Bataille in Bayeux. Het museum zit nog volledig in een verbouwing waardoor slechts een klein deel van de grote collectie staat uitgestald. We krijgen tijdens ons bezoek een film te zien wat wel een aanrader is. Tevens staat er een gigantisch mooie diorama van de Falaise Pocket. We gaan nu met de bus naar Tourville, naar het monument van de Schotse divisie.

Op 8 en 9 juni werd het Duitse hoofdkwartier gebombardeerd, men wist namelijk dat hier een grote staf zat. De Duitsers vertelden na het bombardement dat het hoofdkwartier volledig "Ausradiert" was. De Engelsen hadden de Enigma in handen gekregen en wisten de geheime boodschappen te decoderen. Hierdoor maakten zij voor het bombardement een schijnbeweging door opvallend het aanvalsgebied te fotograferen. Er is in totaal 5 keer geprobeerd om Caen te bereiken maar de twee Duitse divisies die hier lagen hielden 5 Britse divisies tegen. We bezichtigen het schitterende monument van de Schotten. Hier zitten plaquettes op waarop staat dat deze mannen zelfs in Blerick (Limburg) hebben gevochten. We rijden nu door de Corridor naar Cote 112. De betekenis van Cote 112 is dat het 112 meter boven de zeespiegel ligt. Het is hier een enorm vlak terrein wat uitstekend is voor de tanks. In het gebied Esquay is er enorm gebombardeerd door vliegtuigen en door scheepsgeschut. Bij het monument aangekomen staat er wederom een grote uitlegtafel. Rechts van het monument ligt het bos “met de halve bomen” hier lag het Duitse hoofdkwartier. Cote 112 was enorm belangrijk want dit was de weg die naar Caen zou leiden. Het gebied waarin hier gevochten werd had voor 4 weken een stabiel front. En dan te bedenken dat de gevechten wel 6 weken duurden. We vertrekken bij het monument en gaan ons nu verdiepen in de Falaise Pocket. In dit gehele gebied staan bijna allemaal nieuwe huizen want de bombardementen hebben dit gehele gebied plat gelegd. Wat mij opviel was dan ook dat er in de landbouwgrond ontzettend veel puin zit. We gaan weer eens over onze inmiddels bekende rivier de Orne. In de pocket zijn er vreselijke dingen gebeurd, er zijn hier twee Duitse legers uitgeschakeld en grotendeels vernietigd. De slag om Normandie wordt hier beslist, maar helaas is er in de geschiedschrijving hier weinig aandacht aan besteedt. Er zijn diverse correspondententen naderhand door de hals getrokken, deze belevenis zal Altijd in hun herinnering blijven bestaan. Overal waar zij kijken staan kapotte tanks, voertuigen of liggen er dode mensen en paarden. De geur van het rottend vlees ruiken zelfs de piloten die overvliegen, en bij iedere gedachte aan deze veldslag komt de geur in hun neus weer terug. In deze omgeving zijn vele militaire begraafplaatsen. We gaan nu naar de Poolse verzamelbegraafplaats waar alle slachtoffers liggen uit geheel Frankrijk.

 Tijdens de rit rijden we langs de boerderij waar Wittmann in 1983 is gevonden. 13:30 uur. Aankomst Poolse begraafplaats. Deze begraafplaats is ver na de oorlog pas geheel opgeknapt. Helaas doordat Polen eerst tot het Oostblok behoorde was er weinig geld om  de begraafplaats bij te kunnen houden. We gaan nu onderweg naar de Kerk van ST. Lambert-Sur-Dives. Nu we door dit gebied rijden en je weet wat hier is gebeurd dan word je er toch stil van, ook al is het nu de Duitse kant die wordt bericht. In dit gebied heeft o.a. de 12e Duitse SS Divisie Hitlerjugend gevochten. Bij de kerk aangekomen geeft Wybo uitleg over de twee bruggen die liggen over de rivier de Dives. Aangekomen bij de bus is Jan op een muur geklommen en geeft uitleg over de kerk en wat hierin zich heeft afgespeeld. Hierbij laat hij een foto zien van de kansel omdat de kerk helaas niet te betreden is. Wel is het nu duidelijk dat men na 61 jaar toch heeft besloten om een inzameling te gaan houden om de kerk te gaan restaureren. Wij vertrekken naar de doorwaadbare plaats waar vele Duitsers zijn gevlucht voor de verschrikkingen die in dit gebied hebben afgespeeld.

We komen hieraan doordat wij lopend over de Couloir de la Mort lopen. Nadat iedereen is ingestapt vertrekken wij via de D16 naar de Mont Ormel, deze lag als een puist in het gebied. Wanneer je deze puist n handen had kon je het gehele gebied met wapens bestrijken. De Mont Ormel is 250 meter hoog en in de ochtend toen de mist optrok was het bezet door de Polen, zij zagen een enorme vluchtende massa van soldaten, voertuigen en materieel. Dit werd een enorme schietschijf voor de Polen want zij konden raken wat zij maar wilden. De Duitsers trachtten meerdere malen de puist te heroveren wat hun niet gelukte, wel verloren de Polen hierdoor veel manschappen.

Bij aankomst op de Mont Ormel krijgen we hier een enorm uitzicht over de vallei te zien. Als je kijkt over de valei begrijp je meteen waarom de Polen de Duitsers zomaar konden afslachten. Voor de toerist is deze omgeving schitterend maar voor een historicus is dit een gebied waar je eerst stil van wordt en waarna het een enorme indruk op je maakt. Tijdens de vlucht van de Duitsers ontsnappen hier ongeveer 50.000 manschappen en officieren. Hier zat een groot deel bij van het 2e SS Panzerkorps. Doordat er een grote machtstrijd was ontstaan tussen Monty en Patton en doordat Monty niet op tijd de gehele zak kon dicht trekken waardoor de 50.000 man nog konden ontsnappen kreeg Monty het verder in de oorlog nogmaals aan de stok met de 2e. Tijdens Market Garden kwam Monty het 2e weer tegen en door hen werd het nu “ een Brug te Ver”. Op de Mont Ormel is er ook een museum wat niet gigantisch is maar toch intressant. Omstreeks 16:30 uur vertrekken we richting Bayeux want dan ook eigenlijk het einde van de Battlefieldtour is. De afgelopen dagen is er een schat aan informatie en indrukken over ons heen gekomen. Nu ik zo om me heen kijk in de bus zie ik dan ook vele mensen met een voldaan gevoel in hun stoel zitten. Het is onbegrijpelijk wat er zich hier allemaal in Normandie heeft afgespeeld en ik heb mezelf voor genomen om volgend jaar met deze tour terug te komen. Nadat wij ons opgefrist hadden zijn we aangeschoven voor het diner. Er volgen tijdens en na het eten nog diverse gesprekken over de indrukken van de afgelopen dagen. We raken er maar niet over uitgepraat en het blijft nog een tijd gezellig. Nadat iedereen zijn drankjes van de afgelopen dagen heeft afgerekend en de overige huishoudelijke mededelingen zijn afgehandeld vertrekt het ene deel naar hun kamer en het andere deel gaat nog even op het terras zitten of gaat de stad nog in. Na nog even met elkaar gesproken en gelachen te hebben gaat ieder zijn eigen weg, we bellen nog even met het thuisfront en naar bed. Want morgen staat ons weer de thuisreis te wachten.

Dag 5.

Vandaag is het weer de dag van de thuisreis, dus het is snel gaan eten kijken of iedereen de drankrekening heeft betaald en dan gaan we op pad. Ik merk dat het nog vroeg is of dat sommigen het jammer vinden om de streek van de invasie te verlaten want het is aardig rustig. Na het ontbijt staan we ons sigaretje nog buiten op te roken voordat we het sein krijgen dat we gaan instappen. 

07:45 uur. Nadat alles gecontroleerd is gaan we richting huis, dag Bayeux hopelijk tot volgend jaar. Omdat het nog vroeg is zijn er nog een aantal die een tukje doen en sommigen spreken over de indrukken van de afgelopen dagen. Er worden adressen gewisseld en men maakt vast afspraken voor de volgende trip. Omstreeks 10:00 uur neemt Jan maar weer eens het woord want beginnen nu met de nabeschouwing van de afgelopen dagen. Er valt nog heel wat te bespreken want de invasie en de latere ontsnapping van de Duitse legers hebben nog wel wat invloed gehad op de oorlog in Nederland en dan natuurlijk Operatie Market Garden. We krijgen nog enkele films te zien maar bij sommigen is de fut een beetje verloren gegaan dus deze gaan gepaard met enig zacht gefluister. Bij een groot wegrestaurant genieten we van een heerlijke lunch en de chauffeur van zijn rusttijd. Iedereen begint een beetje de kriebels te krijgen want we komen steeds dichter bij de Nederlandse grens en kunnen het eerste uit gaan stappen. We vertrekken richting Nederland. Nadat we nog enige uitleg van Jan en Wybo hebben gekregen en de laatste huishoudelijke afwikkelingen zijn geweest passeren we rond 15:30 uur de Nederlandse grens. De tijd is nu gekomen om steeds van een groep mensen afscheid te gaan nemen wat elke keer steeds meer vrije plaatsen oplevert. Als eerste gaat onze chauffeur eruit voor de wissel en hebben we even tijd om de benen te strekken.                       Het laatste stukje naar Oosterbeek komt steeds dichterbij. Onderweg wordt er steeds meer overleg gepleegd met het thuisfront in verband met de aankomsttijd. Uiteindelijk komt de laatste groep aan om 19:30 uur in Oosterbeek vlak bij het Airborne Museum. Hier nemen de laatsten afscheid en gaat ieder zijn weg. Nawoord: Iedereen die de moeite neemt om dit gehele verslag te lezen krijgt misschien de kriebels om deze tour ook eens te maken. Dit kan U natuurlijk doen op eigen gelegenheid of georganiseerd. Indien U lid bent  van de vrienden van het Airborne Museum kunt U altijd via de bekende kanalen hier informatie aanvragen. Wanneer U geen lid bent informeer dan eens wat deze vereniging voor U kunnen betekenen en misschien overweegt U als nog een lidmaatschap. Natuurlijk willen wij deze reis volgend jaar weer organiseren dus kijk regelmatig op deze site voor de aankondiging voor de reis voor het volgende jaar.

Dit verslag is gemaakt door Jan en Wybo we hopen dat we iedereen die mee is geweest een plezierige tijd met ons heeft meegemaakt en een beter inzicht heeft gekregen wat hier allemaal is gebeurd nu zo’n 61 jaar geleden.

De foto’s zijn eigendom van BoPlo.

 

 
 

__________________________________________________________________________________________________

 
 

 ‘Schatten op zolder’ 

Oorlogs- en verzetsmusea in Nederland organiseren de actie Schatten op zolder. Ouderen die documenten, foto's of voorwerpen uit de oorlogsjaren hebben bewaard, wordt in overweging gegeven om deze tastbare herinneringen aan de musea te schenken én daarbij hun verhaal te vertellen. Ook oorlogsmateriaal dat mensen tegenkomen in boedels of lege woningen kan van betekenis zijn voor de musea.   Met hun actie sluiten de oorlogsinstellingen aan bij het thema van het Museumweekend op 9 en 10 april: de kunst van het bewaren.              Tijdens dit weekend hebben de musea elk een dergelijke ‘schat’ tentoongesteld waar een bijzonder verhaal bij hoort. 

Nederland viert dit jaar dat het zestig jaar geleden werd bevrijd. De belangstelling hiervoor is onverminderd groot, maar het aantal ooggetuigen van die bevrijding wordt steeds kleiner. Veel mensen koesteren hun herinneringen aan de oorlogsjaren en bewaren de spullen die ze nog hebben uit die tijd. Maar wat gebeurt ermee als zij komen te overlijden?  

Op veel zolders bevinden zich objecten die van waarde zijn voor de oorlogs- en verzetsmusea. Vaak zijn de bewoners zich hiervan niet bewust. Ze zien niet in wat een museum met die tekening van opa uit zijn onderduiktijd zou moeten, of zijn bang dat zijn uniform misschien het zoveelste zal zijn in de collectie. Soms verdwijnt het materiaal dan in de vuilcontainer. Soms weten mensen niet eens dat zij materiaal uit de oorlog in huis hebben. Het is in de jaren 1940-1940 verstopt en ligt nog steeds onaangeroerd onder de vloerplanken. Bij verbouwingen komen wel eens oorlogsspullen te voorschijn. Meestal wordt het dan direct afgevoerd met het grof vuil. 

“Doodzonde” vinden de gezamenlijke oorlogsinstellingen. Zij hebben zich verenigd in een werkgroep die zich tot taak heeft gesteld waardevolle materialen voor de container te behoeden. Oorlogs- en verzetsmusea hebben de kennis en de faciliteiten om de objecten en documenten voor toekomstige generaties te bewaren. Veel materiaal wordt door de instellingen ook ten behoeve van het onderwijs gebruikt. Alles uit de periode van mobilisatie, bezetting, en bevrijding kan welkom zijn, ook die zaken die op het eerste gezicht waardeloos lijken. De instellingen kunnen helpen bij de beoordeling hiervan en benadrukken dat ze niet alleen op zoek zijn naar objecten, maar ook naar documenten, dagboeken, foto’s en films. 

In 2003 hebben de gezamenlijke oorlogsinstellingen al een wervingsactie georganiseerd, toen onder de naam “Niet weggooien”. Die actie heeft zo veel opgeleverd dat het de moeite waard is om nu – in dit jubileumjaar – ooggetuigen en nabestaanden nogmaals aan te spreken. De actie heeft destijds ook prachtige verhalen opgeleverd die onlosmakelijk verbonden zijn met het geschonken object. Een aantal van die aanwinsten met een bijzonder verhaal worden zestig jaar na de bevrijding getoond aan het publiek in het kader van het museumweekend.  

Bent u in het bezit van oorlogsmateriaal en wilt u dat dit op een goede plek wordt bewaard, neem dan contact op met het oorlogs- en verzetsmuseum bij u in de buurt. Zij zorgen dat het bij de meest passende instelling terechtkomt.

 

Overzicht van de deelnemende oorlogsinstellingen:  

Airborne Museum Hartenstein, Oosterbeek; info@airbornemuseum.org, 026-3337710

Anne Frank Stichting, Amsterdam; info@annefrank.nl, 020-5233100

Herinneringscentrum Kamp Westerbork; info@kampwesterbork.nl, 0593-592600

Joods Historisch Museum, Amsterdam; info@jhm.nl, 020-6269945

Koninklijk Tehuis Oud-Militairen Museum Bronbeek, Arnhem; pjc.verhoeven@mindef.nl ,026-3763555

Nationaal Bevrijdingsmuseum, Groesbeek; info@bevrijdingsmuseum.nl, tel.nr?

Nationaal Monument Kamp Amersfoort; info@kampamersfoort, telefoon 033-4613129

Nationaal Monument Kamp Vught; info@nmkampvught.nl telefoon: 073-6566764

Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum, Overloon; overloon@oorlogsmuseum.nl telefoon 0478-641250

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam; info@niod.knaw.nl  telefoon: 020-5233800

Oorlogs- en Verzetsmateriaal Groningen, Groningen; info@ovmg.nl, 050-5992027

Verzetsmuseum Amsterdam, Amsterdam; vansuchtelen@verzetsmuseum.org, 020 - 6202535  

Verzetsmuseum Friesland, Leeuwarden; info@verzetsmuseum.nl, 058-2120111 

Verzetsmuseum Zuid-Holland, gouda; verzetsmuseum-zh@wxs.nl, 0182-520385 

 

__________________________________________________________________________________________________

 
 

Opening expositie 'Operatie Amherst', 8 april 2005

 
 

 Hr. Duyts verwelkomt de Franse Veteranen tijdens de

opening van de expositie.

 

 De heer Edgar Tupet-Thomé verricht de openingshandeling.

 
 

Directeur Wybo Boersma overhandigt de heer Tupet-Thomé

een herinneringsbord.

 

 Veel interesse en waardering van Franse zijde voor de expositie.

 
 

__________________________________________________________________________________________________

 

 

Herbegrafenis Airborne soldaat Arthur Foster op de Airborne Begraafplaats.

 

Opgraving stoffelijke resten van Arthur Foster in Oosterbeek 2003

 

Herbegrafenis stoffelijke resten van Arthur Foster op de Airborne Begraafplaats, 23 maart 2005

Foto's: Berry de Reus

 



ARMY

Media Operations
Headquarters Adjutant General's Command
Trenchard Lines, Upavon, Pewsey, Wiltshire, SN9 6BE

Telephone: 01980618264
Fax: 01980618086
E-mail: mediaops@aghq.mod.uk

18 February 2005

SECOND WORLD WAR SOLDIER TO BE RE-INTERRED IN THE NETHERLANDS

Sixty years after he was killed in action, Bolton soldier pte Arthur Foster of The Border Regiment, will be re-interred at Arnhem Oosterbeek War Cemetery in The Netherlands on Wednesday, 23rd March 2005. The service will start at 11 OOhrs.

pte Foster joined the Border Regiment at the beginning of the war and was killed in action on 21st September 1944, aged 27, when his Company position, overlooking the Rhine at the Westerbouwing, was attacked by a large enemy force, which included tanks. Workmen discovered his remains at the bottom of a former trench. pte Foster was identified by the Dutch Army Recovery Team using regimental dental records. The team is responsible for recovering the remains of Service personnel killed in two world wars.

After the war, pte Foster was one of 33 soldiers from the Border Regiment with no known grave and who were commemorated on the Groesbeek Memorial near Nijmegen. He is the fourth of these to have been found over the last 12 years; Privates Ernest Ager and Douglas Lowery were re-buried in the Oosterbeek Cemetery in 1993 and Corporal George Froud in 1998.

The service on 23rd March will be attended by pte Foster's niece and her family.

The Honour Guard and Firing Party will be found by The 1st Battalion, the King's Own Royal Border Regiment who will bury him with full military honours. The King's Division Normandy Band will provide the music at the ceremony.

NOTE TO EDITORS:
1. Those wishing to attend should contact the number below as soon as possible to ensure appropriate media passes.

2. There will be a limited amount of time available to speak to members of pte Foster's family after the re-interment ceremony, if you would like to do so, please contact the number below.

Contact: Lynne Gammond, AG Media Ops, Upavon, Wiltshire Tel: 01980618083 Fax: 01980618086 Mob: 07769887707 e-mail: mediaops@aghq.mod.uk

Oosterbeek Cemetery
Oosterbeek lies 7 kilometres west of Arnhem on the road to Wageningen. From the Utrechtseweg turn onto the Stationsweg, heading for Oosterbeek Station. At the railway station turn right onto Van Limburg Stirumweg. The entrance to the cemetery is a short distance along this road, opposite the town cemetery.

The Kina's Own Royal Border Reaiment
Arnhem is one of the most famous of the Battle Honours carried on the Colours of The King's Own Royal Border Regiment. This Battle Honour was granted to the Border Regiment, which amalgamated in October 1959 with the King's Own Royal Regiment (Lancaster) to form the present King's Own Royal Border Regiment. The Border Regiment was formed in 1881 by the amalgamation of the 34th Cumberland and 55th
Westmoreland Regiments of Foot, who became the 1 5t and 2nd Battalions respectively.

During WW2 the 1st Battalion served with the British expeditionary Forces in France 1939-40 and was evacuated from Dunkirk. In October 1941 it was converted to a glider-borne role in the 1st Air Landing Brigade of the new British 1st Airborne Division. After training in England the Battalion moved to North Africa in May 1943 and took part in the first ever Allied Glider landings on Sicily on 9/10 July 1943, when over half of the Battalions' Gliders were released too early and crashed in the sea. After serving on Sicily and Italy the Battalion returned home.

After a number of cancelled operations in the summer of 1944, the 1 st Airborne
Division took part in Operation Market-Garden, the landings on the River Crossing in Holland in September. 1st Airborne Division were to land at Arnhem, capture the main road bridge and other crossings over the River Rhine and hold a defensive perimeter some 3.5 miles long along the northern bank from Arnhem to the small town of Oosterbeek. The main force took off on 17th September 1944. The role of the 1 st Battalion Border Regiment was to secure Landing and Drop zone areas to the west of Oosterbeek. On the second day they were to move towards the western side of Oosterbeek and provide the defence of the Division's western perimeter.

By 19th September they were defending the perimeter from just north of the main road (the Utrechtseweg) in Oosterbeek down to the Rhine. They fought against overwhelming odds until the order to withdraw was given on the night of 25th September. After nine days hard fighting, those fit to go made their way down to the Rhine and swam or were ferried in small boats to the safety of the southern bank. Medical staff and others remained behind with the wounded and injured who could not be moved. Over 270 officers and men, many of them wounded, made it to safety, nearly 400 were taken prisoner. 125 officers and men were killed during the battle, or later died of wounds and sickness in POW camps. Private Arthur Foster was one of those killed.

Every year since the end of WW2, former members of the 1 st Battalion The Border
Regiment and their families and friends have gone back to Holland to attend the annual service of Commemoration at Oosterbeek and other Commemoration events in and around Arnhem and Oosterbeek. Many veterans made the effort to go in September 2004 for the 60th Anniversary, when they also unveiled a plaque to the memory of their comrades who fought and died during the Battle of Arnhem.

  

 

Terug